Bureau NVT Tips voor woordenschat

Woorden zijn een belangrijk onderdeel van taal en taalverwerving. Zonder woorden is het heel moeilijk om een boodschap te begrijpen of over te brengen. NVT-leerlingen komen vaak alleen tijdens de lessen in contact met het Nederlands. Met woorden hebben leerlingen toegang tot kennis, maar zeker ook tot communicatie en cultuur. Ze hebben een goede woordenschat nodig om te begrijpen wat ze horen, om een gesprek te kunnen voeren, te begrijpen wat ze lezen en om te kunnen schrijven. Het is dus belangrijk om voldoende aandacht te besteden aan de opbouw van hun woordenschat. 

Tip 1: Maak een bewuste selectie

Bedenk welke woorden de leerlingen tegenkomen en nodig hebben. Gebruik hiervoor de volgende criteria:

  • Kies woorden die vaak voorkomen (in de belevingswereld van uw leerlingen). Dit noemen we hoogfrequente woorden. 
  • Kies voor nuttige woorden, zoals woorden die aansluiten bij een onderwerp dat in de NVT-les of bij een ander vak wordt behandeld.
  • Sommige woorden komen binnen een context goed naar voren. Bied deze dan ook aan. 
  • Bedenk of de leerlingen de woorden vooral mondeling moeten begrijpen of ook moeten kunnen gebruiken in een schriftelijke opdracht. Niet alle woorden moeten meteen geschreven kunnen worden.
  • Bied de woorden nooit los aan, maar in een netwerk. Laat de leerlingen ook goed de relaties tussen de woorden zien. Dat kan door een woordschema te maken (bv. een woordtrap, een woordkast of een woordparaplu).

De hoeveelheid nieuwe woorden is afhankelijk van de leerdoelen, de leeftijd van de leerlingen en de moeilijkheid van de woordenschat. 

Tip 2: Inventariseer wat de leerlingen al weten

Welke woorden kennen ze al? Schrijf het onderwerp van de les in het midden van een groot vel en laat de leerlingen associëren. “Bij thema ‘kleding’ denk ik aan… de jas, het T-shirt, de broek, kleuren….Bij kleuren denk ik aan….rood, geel, blauw,…” Laat de leerlingen zoveel mogelijk opnoemen wat ze al weten. Stel daarbij ook hulpvragen: “Wat voor accessoires ken je? Wat draag je aan je voeten?” Schrijf de woorden in een woordweb en hang dit op. 

Als er nieuwe woorden in de les aan bod komen, kunnen deze aan het begin van de les met bv. een korte uitleg, een filmpje, een (grappige) illustratie worden aangeboden. Zorg voor een context die de leerlingen begrijpen. 

Tip 3: Zorg voor een duidelijke uitleg

Leg de nieuwe woorden duidelijk uit. Laat de leerlingen in deze fase niet raden. Dat is verwarrend en ze komen dan meteen in een toetssituatie terecht. 

Maak gebruik van illustraties en woordschema’s en zorg ervoor dat deze zichtbaar zijn voor de leerlingen. 

Sommige begrippen beheersen de leerlingen al goed in de moedertaal. Die woorden hoeven dan alleen gelabeld te worden. Dat kan door aan te wijzen, te vertalen of letterlijk een etiket op een voorwerp te plakken. Er kan dan meer aandacht besteed worden aan ingewikkelde woorden of concepten. 

Tip 4: Maak de woorden zichtbaar

Het is belangrijk om de leerlingen de kans te geven de aangeboden woorden te gebruiken. Aangezien ze buiten de klas niet weinig contact komen met het Nederlands, hebben ze nog wel visuele ondersteuning nodig. Dat geeft vertrouwen, waardoor ze de woorden sneller zullen gebruiken. 

Hang de woordschema’s, mindmaps, woordposters daarom op. Dat kan in de klas, maar als het mogelijk is, gebruik dan de muren in de school. U kunt de leerlingen ook een woordenschrift geven, waarin alle nieuwe woorden worden opgeschreven. Ze kunnen zo’n schrift dan tijdens een schrijfopdracht of een gesprek met een leerling van een partnerschool gebruiken. 

 ‘De’ en ‘het’ blijven heel moeilijk voor NVT- leerlingen om te leren. Schrijf de lidwoorden er op de posters en in het woordschrift altijd bij. 

Tip 5: Herhalen, herhalen en nog eens herhalen…

NVT-leerlingen komen vaak alleen op school in contact met het Nederlands. De woorden die u heeft aangeboden moeten dan ook vaak en gevarieerd herhaald worden. Dat kan in de vorm van spelletjes, oefeningen, liedjes en (interactief) voorlezen. Maak het leuk en afwisselend!

Buiten school kunnen de leerlingen de woorden ook digitaal geoefend worden. Hier zijn verschillende platforms voor:

Tip 6: Evalueren

Het is belangrijk om te weten of leerlingen de woorden begrijpen en beheersen. Dat kunt u gemakkelijk doen tijdens de oefenfase door goed te observeren tijdens de spelletjes. U kunt de woorden ook evalueren met een toets. Zorg ervoor dat de woorden op het juiste niveau beheerst worden vóór u verder gaat. 

Woordenschat apart evalueren is goed voor het overzicht van de leraar en de leerling. Vergeet echter niet dat dat dit niets zegt over de functionele en communicatieve taalvaardigheid van de leerling. Die kunt u het best aan de hand van taaltaken evalueren. 

Wilt u meer structuur in de didactische aanpak van woordenschat in uw school? Of bent u op zoek naar een training om het woordenschatonderwijs op uw school of in uw klas te verbeteren? Contacteer ons dan voor advies of een training op maat.

Meer lezen? 

Boetje, J. (2018). Cyclisch leren en onderwijzen van woordenschat (jaargang 105 5). Geraadpleegd van http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltm/article/view/1827/1434

Buist, R., & Jansen, L. (z.d.). Praten met Pim. Geraadpleegd op 26 september 2019, van https://www.pratenmetpim.nl

de Vries, J., & van Loo, H. (2004). Anders nog iets? Liedjes voor wie Nederlands leert. Amsterdam: Boom.

Elena Learning. (z.d.). Geraadpleegd op 26 september 2019,  http://www.elena-learning.eu

Koelewijn, K. (2014). Hotel Hallo, Nederlandse woordenschat voor anderstalige kinderen. Amsterdam, Nederland: Boom.

Minnema, L. (2018). Woordenstroom, werkvormen voor woordenschat Bussum: Coutinho.

Smegen, I. (2014). Speel je wijs theater, drama en spel voor taalontwikkeling op de basisschool. Assen: koninklijke van gorcum.

van den Nulft, D., & Verhallen, M. (2009). Met woorden in de weer, praktijkboek voor het onderwijs  (Herz. ed.). Bussum: Coutinho.